Muze zijn

Eem snakken, people.

Sinds mijn late puberteit heb ik al verkering met artiesten; vele muzikanten, een enkele dichter. Mensen die geen verkering hebben met artiesten, denken vaak dat je dan als onderwerp voor de diverse kunstuitingen ingezet wordt. Dit nu is niet het geval.

Ik dacht altijd dat ik de enige was die nooit bezongen werd, maar ooit stond ik in de zaal naast de toenmalige ex van Appie Alberts (hij was overigens de eerste officiële, zelfbenoemde nachtburgemeester van Groningen, tevens mijn (platonische) vriend).
AA stond op het podium zijn longen uit zijn lijf te zingen en toen het nummer afgelopen was zei ex-vrouw A. verbolgen tegen mij: “En NOU schrijft ‘ie een liedje over me. Nu het uit is.” Ik kon haar ermee troosten dat mijn verkering weliswaar nog aan was, maar dat De Mijne slechts één nummer had geschreven waarin ik voorkwam en daarin lig ik te slapen. Ook niet dat je steil achterover slaat.

Mijn Dichter pakt dat toch aardiger aan. Zijn aangrijpendste, meest doorwrochte gedichten gaan natuurlijk over ex-vriendinnen, maar hij heeft een paar enorm grappige one-liners over me geschreven, waar ik heel trots op ben. Goed, het zijn geen hartverscheurende gevoelsuitstortingen, maar ik ben graag een muze die humor oproept.

Hier is bijvoorbeeld eentje die het altijd erg goed doet bij het publiek:

zegeningen

      aan marjan

ik tel je billen
één voor één

Hier is het afgelopen, hoor. Ik had het graag gecentreerd neergezet, zodat duidelijk was waar de poëzie weer overging in dom proza, maar ik vrees de toorn van Coen Peppelenbos, een geducht en notoir bestrijder van het centreren der gedichten. Coen, dat inspringen van “aan marjan” kan ik echt niks aan doen, dat heeft De Dichter zelf zo in zijn bundel gezet. Het lijkt wel gecentreerd, maar dat is het niet. Echt niet! Ik ga zo nog een gedicht overtypen en ook daar is niks gecentreerd, ook al lijkt dat wel zo. Reclamaties dus graag indienen bij de betreffende dichters en/of hun uitgevers.

Afgelopen woensdag, bij de aftrap van de Gedichtennacht, was ik bij de Dichtclubdichtbundelpresentatie in café Marleen. Erg gezellig, heel druk en vele dichters die van allerlei opgewekts voorlazen over dood, ex-vriendinnen, datingsites aandoen op zoek naar veel te jonge vrouwen, al dan niet drinken en oorsmeer. En toen kwam Jan Glas. Voor wie zijn oeuvre niet kent (schande over u!): het is over het algemeen niet ter zake doende wat iemands seksuele voorkeur is, maar om de meerdere lagen in dit gedicht te begrijpen, dien ik u te vertellen dat Jan van mannen houdt. Hij las dit voor:

Nieuwe horizonten

                  voor K. ten H.

Als Karel homo blijkt te zijn
dan wil ik Marjan wel.

Jan Glas

Kijk. Dát is nu eens op alle denkbare fronten wat ik een compliment noem. Koopt allen alles van hem.

En koopt allen de dichtclubdichtbundel natuurlijk. Ludwig IX is de titel en hij is voor 8 euro te koop in onze boekhandels en bij Café Marleen. Ook de 21-jarige Joost Oomen is daarin vertegenwoordigd met een paar geniale gedichten. Ik had nog nooit van het jong gehoord, maar als hij dat dichten een beetje doorzet en zich van niemand iets aantrekt, gaat hij heel beroemd worden. En dan kunt u iedereen vertellen dat u zijn eerste publicatie in de kast hebt staan.

2 reacties op Muze zijn

  1. The people's poet

    Dichten kunnen we allemaal:

    Als ik Sid was
    Zou jij mijn Nancy zijn

  2. Ik waardeer je poging, People’s poet, maar je bewijst onmiddellijk het tegendeel van je eigen stelling.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s